Spelenderwijs Engels voor je kind

Elk spelletje van Play & Learn kun je ook in het Engels spelen, voorgelezen door dezelfde natuurlijke stem. Je kind hoort Engelse woorden bij dingen die het al leuk vindt: haaien, kleuren, tellen. Geen taalcursus, wel een extra, speels moment met Engels.

Zo werkt het

1

Kies hieronder een spelletje en tik op Spelen: het opent meteen in het Engels.

2

Je kind speelt en luistert. Alles wordt voorgelezen, dus lezen hoeft niet.

3

Terug naar het Nederlands? Wissel de taal wanneer je wilt bij Opties.

Spelletjes om in het Engels te spelen

De witte haai

English: The Great White Shark

  • Dierenwoorden: vin, kieuwen, kraakbeen, snuit
  • Groottes vergelijken: een haai, je kind, een volwassene en een auto
  • De oceanen vinden op een wereldkaart

Dinosaurussen

English: Dinosaurs

  • Dinosauruswoorden: fossiel, herbivoor, carnivoor, paleontoloog
  • Lengtes vergelijken: dinosaurussen naast je kind, een volwassene en een bus
  • Planteneters en vleeseters sorteren

Leeuwen en de savanne

English: Lions and the savanna

  • Savannewoorden: roedel, manen, leeuwin, welp, drinkplaats, sporen
  • Lengtes vergelijken: een stokstaartje, je kind, een leeuw, een zebra, een struisvogel, een olifant en een giraf
  • Wie eet wat: vlees voor de leeuw, blaadjes voor de giraf, gras voor de zebra, beestjes voor het stokstaartje

Hoofdletters A–Z

English: Capital letters A–Z

  • De 26 hoofdletters kennen, van naam en van vorm
  • Elke hoofdletter lijn voor lijn schrijven, in de gebruikelijke volgorde
  • Een letternaam horen en de juiste letter vinden

Letterklanken

English: Letter sounds

  • 16 letters, van B tot Z, koppelen aan de klank vooraan in een woord
  • De eerste klank van een woord horen, zoals de mmm van maan
  • Horen of twee woorden met dezelfde klank beginnen of niet

Tellen tot 10

English: Counting 1 to 10

  • Tot 10 dingen tellen, één getal voor elk ding
  • Een getal koppelen aan een groepje: stippen, vingers en plaatjes
  • De cijfers 0 tot 10 schrijven met een vinger

Tellen tot 20

English: Counting to 20

  • Tot 20 dingen tellen, en doortellen vanaf tien
  • 11 tot 19 zien als tien en nog wat, bijvoorbeeld 14 is tien en vier
  • De telwoorden van elf tot twintig

Kleuren

English: Colors

  • 11 kleuren benoemen: rood, oranje, geel, groen, blauw, paars, roze, bruin, zwart, wit en grijs
  • Kleurwoorden gekoppeld aan dingen: een rode aardbei, een gele banaan, een grijze olifant
  • Verf mengen: rood en geel maken oranje, blauw en geel maken groen

Vormen

English: Shapes

  • 8 vormen benoemen: cirkel, vierkant, driehoek, rechthoek, ovaal, ster, hart en ruit
  • Hoeken en zijden tellen: drie bij een driehoek, vier bij een vierkant, zes bij een zeshoek, geen bij een cirkel
  • Woorden voor 3D-vormen: kubus, bal (bol), kegel en cilinder

De ruimte

English: Space

  • Ruimtewoorden: ster, planeet, baan, astronaut, komeet
  • Waarom er in de ruimte geen lucht en geen geluid is, en waar het maanlicht vandaan komt
  • Groottes vergelijken: de maan, Mars, de aarde, Jupiter en de zon

Weer en seizoenen

English: Weather and seasons

  • Acht weerwoorden: zon, bewolkt, regen, sneeuw, wind, mist, onweer en regenboog
  • De waterkringloop: de zon verwarmt water, het stijgt op, wordt een wolk en valt weer naar beneden als regen
  • De vier seizoenen: bloesem in de lente, zon in de zomer, vallende bladeren in de herfst en sneeuw in de winter

Gevoelens

English: Feelings

  • Acht gevoelens benoemen: blij, verdrietig, boos, bang, verrast, rustig, trots en verlegen
  • Gevoelswoorden om hardop te zeggen: ik ben verdrietig, ik ben trots
  • Raden hoe een ander zich voelt, en dat twee mensen iets anders kunnen voelen

Gezonde gewoontes

English: Healthy habits

  • Waarom we poetsen en wassen: bacteriën op tanden en handen, en hoe poetsen, zeep en water ze weghalen
  • Een regenboog eten: fruit en groente in rood, oranje, geel, groen, blauw en paars
  • Woorden over eten en je lichaam: broccoli, komkommer, blauwe bessen, handpalm, vingertoppen, melktanden

Vragen van ouders

Is mijn kind niet te jong voor Engels?

De spelletjes zijn gemaakt voor kinderen van 3 tot 7 jaar. Op die leeftijd luisteren kinderen vaak met plezier naar een andere taal. Je kind hoeft niets te kunnen of te begrijpen: het hoort Engels terwijl het speelt.

Moet mijn kind kunnen lezen?

Nee. Elk woord wordt voorgelezen, in het Engels net zo goed als in het Nederlands. Je kind kan dus zelf spelen, ook als het nog niet kan lezen.

Vervangt dit Engelse les?

Nee. Play & Learn is geen taalcursus. Het is een speelse, extra kennismaking met Engels naast wat je kind al doet. Het eerste spelletje van elke categorie is gratis, dus je kunt rustig uitproberen of het bij je kind past.

Tips voor ouders

  1. Laat je kind een spelletje eerst in het Nederlands spelen. Kent het het onderwerp al, dan is het Engels makkelijker te volgen.
  2. Speel af en toe mee en zeg de Engelse woorden samen na. Een woord dat je samen herhaalt, blijft beter hangen.
  3. Houd het licht en kort. Liever vaak even dan lang achter elkaar, en stop zodra het niet meer leuk is.